HBO

Inleiding
Het hbo bereidt studenten voor op werken op een niveau waarbij ze niet alleen uitvoerend bezig zijn, maar eveneens in staat dienen te zijn om bij te dragen aan de ontwikkeling van de beroepscontext. Juist in een veranderende samenleving en een complexe beroepscontext in een kenniseconomie is de innovatieve kracht van deze professionals een vereiste. Dit maakt dat ‘deep learning’ tijdens de studie cruciaal is geworden (Fullan & Langworthy, 2014; Willingham, 2008). De 21ste eeuwse vaardigheden bieden handvatten om dit diepe leren vorm te geven. Dit onderzoek levert inzichten in de ‘Ja, maar hoe?’-vraag die bij veel onderwijsinstellingen leeft.

Kennis over de innovatiecontext
Als eerste heeft dit onderzoek kennis opgeleverd over de 21ste eeuwse vaardigheden en hoe het team deze vormgeeft in het onderwijs. Uit het feit dat er in zijn algemeenheid veelvuldig vorm wordt gegeven aan de 21ste eeuwse vaardigheden blijkt betrokkenheid, dat is een waardevol uitgangspunt voor verdere implementatie. Hoewel er ook handelingsverlegenheid is, met name op de vaardigheden die betrekking hebben op ICT, is er een gevoel van urgentie om met de 21ste eeuwse vaardigheden aan de slag te gaan.

Er is in het team behoefte aan verdere definiëring en dat lijkt eveneens zeer wenselijk gezien het gegeven dat respondenten de vaardigheden soms globaal en divers interpreteren. Men lijkt zich vooral te focussen op de vaardigheden die gericht zijn op de uitoefening van het beroep waarvoor opgeleid wordt, terwijl de doelstelling van de 21ste eeuwse vaardigheden breder is: staande blijven als professional en domeinoverstijgend kunnen samenwerken. Dit onderscheid is niet heel scherp te maken, maar dient in de verkenning over de reikwijdte van de 21ste eeuwse vaardigheden wel meegenomen te worden. Om te voorkomen dat ieder zijn eigen invulling geeft, dienen de gezamenlijk geformuleerde doelstellingen met betrekking tot de 21ste eeuwse vaardigheden vastgelegd te worden in visie (op didactiek) en beleid van de Academie.

Het blijkt niet voldoende te zijn om in beleidsstukken op te nemen dat 21ste eeuwse vaardigheden deel zijn van het onderwijs. Voor een succesvolle implementatie is eveneens verdere professionalisering van docenten nodig. Te meer daar het een risico is dat docenten vanuit controleerbaarheid de neiging zouden kunnen hebben om de vaardigheden in aparte vakken aan te willen leren, zoals bijvoorbeeld bij kritisch denken het geval is. Het gaat er juist om de expliciete verbinding met vakinhouden te bewaren. Dus, als respondenten aangeven dat zij de 21ste eeuwse vaardigheden in zijn algemeenheid in hun onderwijs vormgeven, is dat eveneens iets om te koesteren. Juist in de algemene verbinding met de vakinhouden kunnen de 21ste eeuwse vaardigheden ontwikkeld worden.

Echter, pas als de definiëring van de 21ste eeuwse vaardigheden geëxpliciteerd is, is er ruimte om te bepalen op welke manier deze vaardigheden zich verhouden tot vakinhouden. Op welke manier kunnen zij didactisch aangeboden en getoetst worden? Dat zijn zinvolle vervolgvragen op dit onderzoek.

Teamontwikkeling
Onderwijsinnovaties gaan altijd gepaard met teamontwikkeling. Voor veranderen is het nodig om vertrouwde opvattingen en werkwijzen los te laten en er nieuwe voor in de plaats te zetten. Dit onderzoek bevestigt de voorkeur van docenten om ‘van elkaar en in de praktijk’ te leren. Gedurende het onderzoek is dataverzameling steeds gericht geweest op het in gang zetten van de innovatie door de interactie tussen teamleden te bevorderen. Dit heeft niet alleen bijgedragen aan de verdere bewustwording over de relevantie van de 21ste eeuwse vaardigheden, mogelijk heeft dit ook de relevantie van het delen van expertise verder aangewakkerd, waardoor het ‘teamleren in een professionele leergemeenschap’ tot de kern van de aanbevelingen is geworden.

Onderwijsinstellingen die met de 21ste eeuwse vaardigheden aan de slag willen gaan, doen er goed aan het team niet vanuit ‘het model van Kennisnet’ te benaderen, maar vanuit de in het team aanwezige expertise verder te bouwen aan kennisontwikkeling. Juist door de waarderende benaderingswijze van het onderzoek formuleert het team zelf de behoefte aan definiëring van de vaardigheden, een mooie opstap voor een verder proces van kennisontwikkeling. Tegelijk draagt deze benaderingswijze het risico in zich dat het team in de eigen comfortzone blijft. Om met Einstein te zeggen: ‘als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’, het is dus de vraag of daarmee toekomstbestendig onderwijs voldoende vorm krijgt. In die zin moet voorkomen worden dat docenten zich in hun eigen ‘Babel’ blijven vestigen. Triggers van buitenaf kunnen extra input geven aan deze kennisontwikkeling. Wat echter vooral relevant is dat onderwijsinstellingen inspiratie blijven zoeken met hun eigen passie en ambitie, dus veranderingen aansturen vanuit het ‘why’ (Sinek, 2005).

Parallel aan dit onderzoek spelen bij de Academie SW &T de (voorbereiding van) verandering van de organisatiestructuur en herinrichting van de opleiding SW. Dat maakt dat het team zelf in transitie is, meermalen is genoemd dat in dit verband teamleden zelf ook over 21ste eeuwse vaardigheden dienen te beschikken. De nieuwe structuur, waar zelfsturing van de teams een deel van is, daagt daar in toenemende mate toe uit. Deze tendens is in de breedte van de onderwijscontext waarneembaar, en biedt kansen om als docenten samen met management en studenten de ‘mindset’ van de 21ste eeuwse vaardigheden zich eigen te maken.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.