Model kennisnet

Er zijn verschillende modellen ontworpen die een overzicht bieden van 21ste eeuwse vaardigheden. Voogt en Pareja Roblin (2012) hebben een aantal modellen met elkaar vergeleken. Met name de economische en maatschappelijke eisen staan centraal in de modellen (Voogt & Pareja Roblin, 2012), er is weinig aandacht voor individuele leerprocessen van studenten en bijbehorende didactiek. Er is een aantal vaardigheden die in alle modellen terugkomt, ICT-vaardigheden, communiceren, samenwerken, sociale culturele vaardigheden en daarnaast komen creativiteit, kritisch denken en probleemoplossend vermogen in bijna alle modellen voor.

Fullan (2013) benoemt in ‘From great to excellent’ 6 C’s als typering van het 21ste eeuwse onderwijs: character, citizenship, communication, critical thinking, collaboration en creativity, vaardigheden die zich richten op het welzijn van de student en het welzijn van de samenleving. Fullan legt in dit model meer nadruk op burgerschap dan op werknemerschap.

Voogt en Pareja Roblin stellen vast dat het feit dat de vaardigheden nog niet duidelijk gedefinieerd zijn, de implementatie van de 21ste eeuwse vaardigheden in het onderwijs belemmert (Voogt & Pareja Roblin, 2012).

Kennisnet en SLO (Kennisnet, 2016) zijn deze uitdaging aangegaan en hebben een set aan vaardigheden vastgesteld die relevant geacht worden voor de Nederlandse onderwijscontext. Kennisnet heeft de vaardigheden uit de verschillende modellen genomen en deze gedefinieerd. Deze voorzet draagt bij aan de ontwikkeling van bijbehorende didactische concepten. Omdat dit model de verschillende vaardigheden expliciet beschrijft en goed lijkt aan te sluiten bij de betrokken onderwijsorganisaties is dit model leidend voor dit onderzoe

Het bij dit onderzoek gehanteerde model van Kennisnet bevat de volgende vaardigheden: communiceren, creatief denken, computational thinking, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid, kritisch denken, probleemoplossend denken, samenwerken, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering. Vanuit verschillende bronnen volgt nu een onderbouwing van de modellen van Kennisnet.

Willingham (2008) onderstreept het belang van het ontwikkelen van kritisch denken. Het kritisch denken stelt in staat om vanuit meerdere perspectieven te kijken en door oog te hebben voor de dieptestructuur van kennis is transfer naar andere contexten mogelijk. Het aanleren van kritisch denken is niet eenvoudig, studenten kunnen metacognitieve vaardigheden aanleren, maar om echt kritisch te kunnen denken hebben studenten vooral kennis nodig. In die zin is kritisch denken geen losse vaardigheid, maar een manier van omgaan met kennis (Willingham, 2008).

Zelfregulatie is een belangrijke vaardigheid met het oog op het levenslang leren waar een veranderende samenleving toe uitdaagt. Het kunnen aanpassen, initiatief nemen en onafhankelijk en doelgericht kunnen leren is daarvoor van belang (Trilling & Fadel, 2009). Zij onderstrepen tevens dat het kunnen gebruiken van ICT onmisbaar is. Studenten moeten leren ICT te gebruiken om kennis te vinden, deze te kunnen analyseren en interpreteren om daar weer nieuwe informatie uit te kunnen creëren. Fullan en Langworthy (2014) voegen daarbij het belang van samenwerken, kritisch en creatief denken en probleem oplossen om zo te bouwen aan effectieve relaties en teams. Zij verbinden ‘deep learning’ met motivatie, waardoor studenten onweerstaanbaar uitgedaagd worden tot kenniscreatie (Fullan & Langworthy, 2014) ), waarbij studenten gebruik maken van ICT die overal aanwezig is. Daartegenover brengt de Onderwijsraad (2017) schaduwzijden van ICT-gebruik voor het voetlicht, zoals tabletnekken en disconnectie-angst, digitalisering mag geen bedreiging gaan vormen voor een veilig pedagogisch klimaat (Onderwijsraad, 2017).

Om nieuwe kennis te ontwikkelen om de uitdagingen van de complexe wereld het hoofd te kunnen bieden is creativiteit nodig (Robinson, 2011). Henriksen, Mishra en Fisser (2016) typeren de verbondenheid van technologie en creativiteit als een tandem. Technische mogelijkheden voeden creativiteit waardoor weer nieuwe mogelijkheden ontstaan in wederkerige afhankelijkheid (Henriksen et al., 2016). Creativiteit wordt gedefinieerd door begrippen als nieuw, origineel en toepasbaar (Abadzi et al., 2014; Henriksen et al., 2016).

Samenwerken versterkt eveneens de creativiteit (Abadzi et al., 2014) en verrijkt het leren door peer feedback (Fullan & Langworthy, 2014). Hoewel samenwerken in de praktijk door studenten verschillend wordt ervaren, worden ze bij veel vakken uitgedaagd om samen te werken aan opdrachten, om zo elkaar aan te vullen en te corrigeren. Waarbij de vaardigheid communiceren veel eveneens aandacht krijgt. Het wordt steeds belangrijker om samen te werken met anderen binnen en buiten de organisatie. Dat vraagt een open houding, erkenning van eigen en andermans kennis en de bereidheid om dat samen te voegen. In een samenleving waar interdisciplinair werken belangrijker wordt, zijn vaardigheden als flexibiliteit, aanpassingsvermogen, respect en vertrouwen nodig. En de noodzaak om in staat te zijn de ander te informeren over de voortgang (Bronstein, 2003).

Theoretische verdieping | Achtergrond 21ste eeuwse vaardigheden | Kritieken 21ste eeuwse vaardigheden | Model Kennisnet | Organisatie | Leren van docenten

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.