Deelvraag 2

De betrokken onderwijsinstellingen van de TOG geven prioritering aan de vaardigheden samenwerken, kritisch denken en creatief denken. Opvallend is dat ondanks de verschillende typen onderwijs er overlap is in de keuze voor relevante vaardigheden (Grafiek 2). Zo noemen vijf van de acht organisaties dat kritisch denken en samenwerken voor hen het meest relevant zijn, en vier teams noemen creatief denken in hun top drie (Grafiek 1)

Grafiek 1: Resultaten Mentimeter, minimaal 2 maal in de top-3 genoemd door de teams

Grafiek 2: Totaal score van genoemde relevante vaardigheden

Alle onderwijsinstellingen die bij de TOG betrokken zijn geven in de brainstorm (N= 67) aan behoefte te hebben aan kennis over de 21ste eeuwse vaardigheden en daarbij aan afstemming over de betekenis die dit kan hebben voor de eigen context (Tabel 1). Daarnaast is er sprake van een aantal verschillende accenten. Zo heeft het sbo vooral behoefte aan de bezinning op de implementeerbaarheid van de 21ste eeuwse vaardigheden binnen het onderwijs, daar het bieden van structuur en duidelijkheid een wezenlijk kenmerk van het onderwijsprogramma is. Dit, in tegenstelling tot het hbo, waarbij studenten al volop worden uitgedaagd om ‘out of the box’ te denken. Daar wordt juist benoemd dat flexibiliteit in het programma en speelruimte voor de docenten een belangrijke voorwaarde is om aan de slag te willen gaan met innovaties.

Het vo heeft wel behoefte aan duidelijkheid met betrekking tot de afstemming met het huidige onderwijsprogramma (Tabel 1). Daarnaast noemen docenten het belang van afstemming met funderend en beroepsonderwijs. Respondenten van het mbo benoemen met name hun zorgen over de afstemming met studenten, hoe zorg je ervoor dat zij de uitdaging van de 21ste eeuwse vaardigheden oppakken?

Om de implementatie van de 21ste eeuwse vaardigheden vorm te geven is er behoefte aan inspirerende voorbeelden van andere onderwijsinstellingen (vo, hbo) en tijd en ruimte om met elkaar ‘nieuw’ onderwijs te ontwerpen (allen). Het ontwikkelen van nieuwe programma’s blijkt vaak in ‘eigen tijd’ te gebeuren.
Scholing is daar een belangrijke behoefte voor het ontwikkelproces, zowel door externe deskundigen als door het gebruik maken van de aanwezige kwaliteiten in het team, dit geven alle teams aan, met uitzondering van het sbo.

Met betrekking tot faciliteiten noemen eveneens het po en het hbo de behoefte aan ruimte, ICT-middelen en lokalen. Praktisch gezien dienen er fysieke ruimte en middelen te zijn om leerlingen en studenten te laten samenwerken en gebruik te maken van ICT.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.