HBO Viaa

‘Wat hebben de teams nodig om 21ste eeuwse vaardigheden succesvol toe te passen in het onderwijs?’

Samenvatting
‘Wat hebben de teams nodig om de 21ste eeuwse vaardigheden succesvol toe te passen in het onderwijs?’
Er is behoefte aan het definiëren van de begrippen zodat duidelijk is wat het team beoogt. Vervolgens is het van belang om met en van elkaar te leren door het delen van good practices gecombineerd met inspiratie van buitenaf middels cursussen of trainingen. Daarnaast is er behoefte aan een cultuur van experimenteren en ontwikkelen, waarbij er tijd en ruimte is voor het ontwerpen van het onderwijs en aandacht voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke ambitie. Welke leiderschapsstijl bij deze behoeften past is nog niet geëxpliciteerd in dit onderzoek.

Inleiding
Om deelvraag 2 te beantwoorden is in het team een Mentimeter uitgezet ten behoeve van de prioritering van vaardigheden, gevolgd door een brainstormsessie om behoeften te inventariseren, die in de membercheck bij de focusgroep is gevalideerd. Prioritering van de vaardigheden waarmee het team aan de slag wil gaan Twintig collega’s (N=20) van hogeschool Viaa hebben met elkaar gekozen voor de vaardigheden: kritisch denken, creatief denken en zelfregulatie (Grafiek 4). Na teamdialoog is computational thinking toegevoegd. Het is opmerkelijk dat teamleden in eerste instantie geen urgentie voelen om met ICT-gerelateerde vaardigheden aan de slag te gaan, ondanks dat bij de enquête aangegeven is dat er sprake is van handelingsverlegenheid op dat gebied.

Score voor vaardigheden waar het team mee aan de slag wil

De data vanuit de brainstormsessie levert een aantal thema’s op met betrekking tot de behoeften van het team om verder aan de slag te kunnen gaan met 21ste eeuwse vaardigheden als zelfregulering, creatief denken, kritisch denken en computational thinking. Bij alle thema’s komt aan de orde dat teamleden deze met elkaar willen vormgeven, zij willen met elkaar in gesprek (en aan de slag) en samen afstemmen over de richting van de innovatie.

Expliciteren van de vaardigheden
Respondenten geven aan dat inhoud en vormgeving van de 21ste eeuwse vaardigheden deels nog onduidelijk is, mogelijk heeft iedereen daar een eigen (eenzijdig of beperkt) beeld van. Vanuit deze waarneming geeft het team aan in de eerste plaats behoefte te hebben aan onderlinge afstemming en definiëring van de begrippen. Er is onduidelijkheid over de door Kennisnet geformuleerde definities, daarbij is er de behoefte om het model niet klakkeloos te adapteren, maar met elkaar te bepalen welke vaardigheden relevant zijn en hoe deze betekenis krijgen voor de context van SW&T. Naast dat het expliciteren nut heeft voor het vormgeven van het onderwijs, is het eveneens helpend voor docenten om daarmee hun eigen professionaliteit te sturen, het geeft zicht op kwaliteiten en ontwikkelpunten. Tot slot is genoemd dat het expliciteren van de 21ste eeuwse vaardigheden bijdraagt aan het zich kunnen profileren als opleiding, daarmee kan de opleiding aantonen eigentijds en innovatief onderwijs aan te bieden.

Inspirerende voorbeelden
Daarnaast is er behoefte aan inspirerende voorbeelden. Waarbij teamleden die expertise hebben in het vormgeven van bepaalde vaardigheden dit delen met het team. Tevens is er behoefte om extern aan te sluiten bij cursussen of trainingen om nieuwe ideeën op te doen. Een respondent zegt hierover: ‘In de lessen voor de didactische aantekening heb ik geleerd om informatie vragenstellenderwijs over te brengen’. Inspiratie voor innovatie eveneens buiten de sector zoeken, juist deze confrontatie kan duidelijkheid geven over de eigen positie.

Flexibiliteit
Naast duidelijkheid is er behoefte aan meer flexibiliteit. Als eerste van het curriculum: om 21ste eeuwse vaardigheden te ontwikkelen dient er tijd en ruimte te zijn om dit vorm te geven in het onderwijs. Ten tweede is er tijd en ruimte voor de docenten nodig om met elkaar te sparren en te experimenteren, in een cultuur waarbij niet alles in ‘kannen en kruiken’ moet zijn, maar vernieuwingen tijd krijgen om door te ontwikkelen. Nu merken veel docenten tijdsdruk in het ontwikkelen van nieuwe onderwijseenheden of aanpassingen in het onderwijs, waardoor nieuwe initiatieven vaak in eigen tijd worden ontwikkeld. In het kielzog van deze overwegingen is het belang van timemanagement en genoemd als voorwaarde voor gezonde innovaties, alsmede het evenwichtig omgaan met loyaliteit.

Gedeelde visie en ambitie
Dit om aan te sturen op een cultuur van gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij kwaliteiten gedeeld worden en collega’s elkaar kunnen aanspreken op verbinding en betrokkenheid. Het expliciteren van de 21ste eeuwse vaardigheden dient volgens de teamleden gepaard te gaan met het formuleren van een gemeenschappelijke visie en ambitie, met eveneens aandacht voor de lange termijn ervan. De teamleden onderstrepen het belang van deze gemeenschappelijkheid om te komen tot een cultuur van gedeelde verantwoordelijkheid.

Didactiek
Het gesprek over de verschillende vaardigheden roept de vraag op in hoeverre het team deze vaardigheden zelf vormgeeft in het onderwijs. Er is behoefte aan kennis over hoe het team deze vaardigheden aan kan leren. Teamleden vragen zich echter af of zij zelf voldoende kunnen omgaan met complexiteit van kennis en context.

Eveneens zouden zij in de didactiek meer ruimte voor zelfregulering voor zowel docenten als studenten willen zien. Teamleden veronderstellen dat meer ruimte kan leiden tot het meer creativiteit in het onderwijs. Daarnaast noemen teamleden het belang van het ontwikkelen van een initiatiefrijke houding van studenten, 21ste eeuwse vaardigheden kunnen daar zeker een rol bij spelen.

Ethiek
Tot slot noemt een respondent het belang van aandacht voor privacy in een digitale leeromgeving. Het is van belang beleid te ontwikkelen op wie toegang heeft tot welke informatie.

Conclusie
‘Wat hebben de teams nodig om de 21ste eeuwse vaardigheden succesvol toe te passen in het onderwijs?’

Vanuit de benadering van waarderend organiseren (Masselink et al.,2008) sluit dit onderzoek nauw aan bij de gewenste verandering in de teams, het volgt het team in de voorkeur voor die vaardigheden waar zij mee aan de slag wil gaan. Het team geeft aan de vaardigheden creatief denken, kritisch denken, zelfregulatie en (na de membercheck) computational thinking verder te willen expliciteren en ontwikkelen in het onderwijs. Daarbij is vooral gekeken naar de ontwikkelingen in het werkveld en dat wat van studenten wordt verwacht als ze stage gaan lopen en als startende professional aan het werk gaan. Dit is wat Trilling en Fadel (2012) eveneens benadrukken, het belang van job-ready zijn.

De bezwaren van Biesta (2016) op de neoliberale benadering van de 21ste eeuwse vaardigheden zijn door het team niet genoemd, mogelijk omdat de vaardigheden vanuit beroepsperspectief zijn gedefinieerd waarbij juist veel aandacht is voor subjectificatie (Biesta, 2015). Vanuit de eigenheid van de opleiding, is er zowel vanuit de beroepsvorming als vanuit de identiteit van Viaa veel aandacht voor persoonsvorming en identiteitsontwikkeling. Bij de brainstorm is één kritische opmerking gemaakt over het belang van privacy van studenten bij de inzet van ICT. De literatuur benoemt meer schaduwzijden, het is relevant deze onder ogen te zien en dit mee te nemen in de betekenisgeving van de 21ste eeuwse vaardigheden in het onderwijs.

Hoewel respondenten in de enquête hebben aangeven dat er handelingsverlegenheid is met betrekking tot het implementeren van de vaardigheden die betrekking hebben op ICT, toch resulteert dit niet in een wens om met deze vaardigheden aan de slag te gaan. Reden te meer om verder onderzoek te doen naar mogelijk weerstand tegen het gebruik van ICT en vooral te onderzoeken wat het team nodig heeft om er wel mee aan de slag te gaan. Naast het belang van het ontwikkelen van ICT-bewustzijn bij docenten speelt leiderschap hier ook een belangrijke rol in, met aandacht voor professionalisering en ontwikkeling van docenten en niet alleen support op materieel gebied (Fransen, Bottema, Goozen, Swager & Wijngaards, 2012). Dit sluit aan bij wat Kreijns (2009) benoemt als belangrijke voorwaarden voor het gebruik van ICT, namelijk self-efficacy en persoonlijke overtuigingen. Voordat docenten ICT implementeren in hun onderwijs is het nodig dat zij geloven in eigen kunnen op dit gebied en het idee hebben dat ICT een meerwaarde is.

De brainstorm naar aanleiding van de vraag wat het team nodig heeft om aan de slag te gaan met de gekozen vaardigheden bevat twee hoofdlijnen. Er is behoefte aan afstemming en flexibiliteit. Beide aspecten beschrijft Verbiest (2014) op basis van een model van Fullan over de aandachtspunten van het implementatieproces. Flexibiliteit om het innovatieproces ‘open’ vorm te kunnen geven, met ruimte voor experimenten en inspelen op ontwikkelingen. Ondersteuning van het team om hun self-efficacy te vergroten en het delegeren van invloed zodat docenten met elkaar de innovatie vormgeven. Tot slot noemt Verbiest (2014) het belang van een type leiderschap dat de implementatie borgt. Vanuit de brainstorm is het begrip ‘leiderschap’ niet genoemd, het zou kunnen zijn dat dit team in eerste instantie (een brainstorm vraagt om primaire reacties) kijkt naar eigen mogelijkheden en handelingsruimte. Lodders (2013) noemt dat leiderschapsstijl (naast cultuur en structuur) ondersteunend dienen te zijn aan de leerprocessen van een team. Het zou zinvol kunnen zijn de aanwezige of mogelijk gewenste leiderschapsstijl te expliciteren.

De waargenomen autonomie is in lijn met wat Deci en Ryan (2000) beschrijven als de behoefte aan autonomie. Naast de behoefte aan verbondenheid en het ontwikkelen van de eigen competenties wil men graag zelf ruimte hebben om het werk in te richten. Deze autonomie in de richting van het management is misschien wel even sterk als de behoefte aan verbondenheid. Want, hoewel Bruining en Uytendaal (2011) aangeven dat docenten in veranderprocessen geneigd zijn eigen koers te varen, komt uit dit onderzoek naar voren dat het team juist wel de verbinding zoekt met elkaar. Dit kan bijdragen aan het ontwikkelen van een professionele leergemeenschap (Verbiest, 2006), en biedt kansen voor het verder ontwikkelen van het sociaal kapitaal (Hargreaves & Fullan, 2012). Er lijkt behoefte te zijn om de aanwezige kwaliteiten beter te benutten, door van en aan elkaar te leren en elkaar te inspireren. Deze vorm van collectief leren bevordert de innovatieve prestaties van een team (Lodders, 2013).

Teamleden hebben het nodig om met elkaar te definiëren wat de 21ste eeuwse vaardigheden voor hen inhouden. Dus niet alleen onderzoeken wat ‘Kennisnet’ zegt, maar eveneens met elkaar en eventueel met ‘experts van buitenaf’ bepalen op welke manier deze vaardigheden van betekenis kunnen zijn voor het eigen onderwijs. Zodat de inhoud helder is en docenten niet alleen het ‘wat’ maar ook het ‘hoe’ bepalen.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.