HBO Windesheim Flevoland

Vraag: “Hoe kunnen de geïnventariseerde behoeften vertaald worden naar concrete acties die zorgdragen voor de implementatie en borging van de 21ste eeuwse vaardigheden in het onderwijs?”

In de focusgroep (N=3) is een dialoog gevoerd om betekenis te geven aan de uitkomsten van de brainstorm. De dialoog leidt tot een verdieping van de in de brainstorm genoemde thema’s, namelijk: afstemming en flexibiliteit.

Welk beeld roept de uitkomst uit de brainstorm op?
De uitkomst van de brainstorm wordt herkend door de focusgroep. Zij benoemen het belang om de 21ste eeuwse vaardigheden te expliciteren. In de eerste plaats voor het team zodat alle teamleden weten op welke manier de 21ste eeuwse vaardigheden vorm kunnen worden gegeven in het onderwijs. Het team geeft ook aan dat ook al is er duidelijkheid over wat er met de 21ste eeuwse vaardigheden wordt bedoeld, het nog niet direct duidelijk hoe het didactisch ingezet kan worden. Bij onderwijsontwikkeling komt continu de wens om begrippen te definiëren met elkaar en daar is niet altijd voldoende ruimte en tijd voor. Er is een grote behoefte aan voorbeelden en er zijn nu al binnen de opleiding modules aan te wijzen, waar de 21ste eeuwse vaardigheden zijn toegepast. Deze modules zijn ontwikkeld door externe docenten, die tijd en ruimte hebben om het onderwijs te vernieuwen. Complicerende factor is dat docenten die betrokken zijn geweest bij deze ontwikkeling ondertussen vertrokken zijn en niet meer bij WF werken, waardoor een deel van de kennis verloren is gegaan. De behoefte aan interne en externe trainingen/cursussen wordt wel gevoeld. Vaak doet het team het nu zelf en soms met ondersteuning van onderwijskundigen. Eén teamlid geeft aan al trainingen gehad te hebben. Er is wel behoefte aan echte integratie of didactische onderbouwing, maar wordt opgemerkt: “Dat krijg je niet in een training van een halve dag. Dat zou eigenlijk wel een aparte studie moeten zijn.”.

Hoe past dit binnen de visie en kwaliteiten van het team?
Het vormgeven van 21ste eeuwse vaardigheden in het onderwijs past per definitie binnen de visie van de opleiding. Het toepassen van de 21ste eeuwse vaardigheden past goed bij de kwaliteiten van het team. Er is ruimte voor experimenteren en dat zou nog meer kunnen in teamverband. Het team gelooft in het zelf pakken van de ruimte en binnen de cultuur is dat ook geaccepteerd. Het team wil studenten ‘afleveren’ die staan voor de 21ste eeuwse vaardigheden. Vanuit de visie is het HBO bij uitstek geschikt de vaardigheden geïntegreerd aan te bieden. Deze tijd vraagt ook een andere aanpak. Opleiden voor één vak is niet meer van deze tijd. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van de zorgprofessional. Deze ontwikkeling is veel breder dan alleen maar logopedist zijn. Er wordt gezocht naar een balans tussen de vakbenadering en de breed opgeleide professional.

Wat betekent dit voor ons onderwijs/ handelen?
Het nadenken over de 21ste eeuwse vaardigheden heeft geleid tot een andere aanpak, waarbij kritisch denken een aparte leerlijn is geworden. Kritisch denken wordt als belangrijk ervaren, maar eigenlijk worden de studenten niet begeleid. Er wordt veel van studenten verwacht, maar heel impliciet. Vanuit de groep wordt aangegeven dat het voor studenten en docenten meer geëxpliciteerd zou kunnen worden. Een ander voorbeeld is de vaardigheid samenwerken. Samenwerken is niet alleen maar een middel, maar ook een doel in het kader van opleiden tot logopedist. Dat betekent dat het niet alleen als middel of een efficiency slag ingezet kan worden in het college, maar dat er bepaalde modules geoormerkt worden om daarin met samenwerken aan de slag te gaan.

Welke rol zie jij voor jezelf, je team in deze ontwikkeling?
Er is behoefte aan samenhang en daarom is het belangrijk om in teamverband te ontwikkelen. Het team heeft en voelt een gedeeld eigenaarschap. Er kan eigenaarschap genomen worden, waarbij gezocht wordt naar collega’s die kunnen helpen, waardoor er sprake is van delen van informatie. In de PE-cyclus, die nu in teamverband gehouden wordt, is daar aandacht voor. Eén collega zou bv meer tijd kunnen krijgen om zaken uit te zoeken, een verkenning te doen en dat dan weer delen te met het team. Er zijn nu ontwikkeldagen gepland. Niet alleen conceptueel, maar ook feitelijk iets maken.

Conclusie
Samengevat kunnen bestaande overleggen een podium zijn voor het expliciteren en vormgeven van horizontale verantwoordelijkheid. Verdere teamontwikkeling heeft externe sturing nodig, waarbij er oog blijft voor ontwikkelingen op de lange termijn en de inzet van de al aanwezige kwaliteiten in het team.
Deze externe sturing kan plaatvinden door het volgen van seminars, congressen of trainingen door teamleden, die inspirerende ideeën meenemen naar de eigen praktijk, bijvoorbeeld op het gebied van blended learning of activerende didactiek. Daarnaast kunnen deskundigen ‘van buiten’ uitgenodigd worden om te adviseren in teamontwikkeling en het vormgeven van een bijbehorende structuur.

Met betrekking tot de bijbehorende structuur geeft het team dubbele signalen af. Het team geeft aan behoefte te hebben aan zowel aan een leiderschap dat inspireert, coacht en bemoedigt (transformationeel leiderschap). Tegelijk lijken teamleden vanuit autonomie naar deze innovatie te kijken, wat pleit voor een structuur van gedeeld leiderschap.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.