Deelvraag 1

Meta-analyse

Figuur 7 Resultaten enquête TOG, N=73: hbo (N=27), mbo (N=4), vo (N=6), po (N=24) en sbo (N=16)

In zijn algemeenheid benoemen respondenten bij alle onderwijsinstellingen vorm te geven aan de 21ste eeuwse vaardigheden (Figuur 7). Behalve op het gebied van ICT, deze vaardigheden krijgen relatief weinig aandacht. Het valt op dat veel respondenten zelfs expliciet aangeven niets met deze vaardigheden te doen. Algemeen zien we bij de TOG (met uitzondering van het mbo) dat de vaardigheid computational thinking een onbekend begrip is (Figuur 7). Daarnaast is er bij alle teams sprake van verschillende interpretaties van de vaardigheden die bovendien niet eenduidig is met de inhoud die Kennisnet aan deze vaardigheden verbindt.

Figuur 8, 9 en 10 hebben betrekking op de categorie ‘techniek’. Deze grafieken brengen in beeld in welke mate respondenten aangeven de vaardigheden concreet en aanwijsbaar vorm te geven in hun onderwijs. Zij benoemen bijvoorbeeld dat studenten of leerlingen de vaardigheden ontwikkelen in opdrachten, oefeningen, lesmateriaal of toetsing.


Figuur 8 Vormgeven van ICT gerelateerde techniek po, vo, mbo en hbo

Figuur 9 Vormgeven niet ICT-gerelateerde techniek po, vo, mbo en hbo

In het primair onderwijs lijkt meer gewerkt te worden met ICT (Figuur 8), hoewel deze vanuit de enquête met name betrekking lijkt te hebben op het gebruik van het Digibord in de klas. ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden komen in het vo ook nog veelvuldig aan de orde (70%), in het hbo ook nog enigszins (rond 40%). Het hbo lijkt in ICT-gebruik achter te blijven ten opzichte van het funderend onderwijs, respondenten geven niet veel techniek aan waarmee ze concreet vormgeven aan ICT gerelateerde vaardigheden. Daarentegen benoemen hbo respondenten ten aanzien van de niet-ICT gerelateerde vaardigheden (Figuur 9) meer concrete technieken, daar waar het po slechts in algemene bewoordingen de vaardigheden vormgeeft.

Daarnaast lijken de verschillende onderwijstypen andere accenten te leggen bij ‘communiceren’, de een betrekt het op de vaktaal van de docent (vo), een ander wil er graag meer aandacht voor (po), het hbo en het sbo definiëren communiceren heel breed: ‘onderwijs=communiceren’.

Figuur 10 Vormgeven van techniek relevante vaardigheden, po, sbo, vo mbo en hbo

Ten aanzien van de door het hbo team genoemde relevante vaardigheden (teamleden hebben aangegeven deze vaardigheden verder te willen ontwikkelen in het onderwijs) is eveneens een tweedeling te zien tussen ICT gerelateerde en niet ICT gerelateerde vaardigheden. Is er in het funderend onderwijs redelijk aandacht voor computational thinking, komt dit nauwelijks aanwijsbaar terug in het mbo en hbo van de betrokken teams (Figuur 10). En andersom, de niet ICT gerelateerde vaardigheden lijken geen aanwijsbare vormgeving te krijgen in het po/ sbo. In het vo geven veel (71%) respondenten aan aanwijsbaar vorm te geven aan creatief denken (Figuur 10).

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.